Ordo Odonata

Orde Odonata Fabricius, 1793

Grieks: odouz, tand

Libellen (fig. Agrandim.tif) en juffers (fig. Csplendm.tif). De volwassen dieren zijn jagers, met krachtige kaken (vandaar de naam Odonata, "getand"). De spanwijdte van de adulten varieert van 20 tot 180 mm, hoewel uit fossiele vondsten een spanwijdte van meer dan 650 mm is gebleken, groter dan enig ander insect.

De plaatsing van het mannelijk secundair copulatieorgaan aan de ventrale zijde van segment 2 heeft geresulteerd in een aparte manier van paring. Het mannetje grijpt met de tangvormige anale aanhangsels het vrouwtje bij de prothorax (in Zygoptera) of de kop (in Anisoptera), en vliegen enige tijd in tandem. Als het mannetje neerstrijkt buigt het vrouwtje haar achterlijf voorwaarts naar het mannelijk secundair copulatieorgaan voor spermaoverdracht. De meeste Anisoptera leggen hun eieren direct in het water; indien voorzien van een legapparaat, zoals de Zygoptera, worden de eieren in planten of modder gestoken (fig. Lsponsmf.tif).

De larvale ontwikkeling vindt plaats in het water, en is hemimetabool. De larven (nymfen) zijn campodeiform. Ademhaling vindt plaats via caudale of rectale kieuwen. Uniek is de modificatie van de onderlip tot een gescharnierd grijporgaan (vangmasker) om prooien te grijpen.

Larven kunnen verborgen leven in de modder of, indien meer actief, zich bewegen tussen afgestorven plantendelen, kiezels of planten. Voortbeweging vindt plaats door kruipen of zwemmen, in Zygoptera, door aalachtige bewegingen. Anisoptera kunnen voorwaarts schieten door wateruitstoot uit hun anale kieuwsysteem. Larven vangen hun prooi met de tanden, stekels en haren van het uitgeklapte masker. Jonge larven vangen kleine waterorganismen, oudere larven vangen andere aquatische larven, alsook kikkervisjes en kleine visjes. De larven zelf zijn een belangrijk voedselbestanddeel van vissen.

Klassificatie van moderne Odonata verdeelt de orde in 3 subordes: Zygoptera (juffers), met 17 families; Anisozygoptera, met 1 familie (in Aziƫ); en Anisoptera (libellen), met 7 families.

(naar Pinhey, 1982)

%LABEL% (%SOURCE%)